|
Waar draait deze sport eigenlijk om?
De algemene beschrijving luidt (regel 1.1): “Het golfspel bestaat uit het spelen van een bal van de afslagplaats tot in de hole met een slag of opeenvolgende slagen volgens de regels”.

De slagen tegen de golfbal worden gedaan met een golfclub. De beweging waarbij men met een club, het clubhoofd met een herhaalbare gecontroleerde versnelling door de bal beweegt, noemt men de swing.

Backswing (blue), downswing (yellow), followthrough (red & grey) De verschillende balvluchten
Het spel wordt meestal gespeeld over 18 holes, per hole verschilt de lengte en de indeling. Men kan spelen met elkaar (strokeplay) en tegen elkaar (matchplay). In strokeplay telt men het totaal aantal slagen die een speler maakt tijdens een ronde. In matchplay speelt men per hole. Degene die de meeste holes wint is winnaar. Beide spelsoorten hebben afwijkende penalties (straffen) voor een overtreding. Binnen strokeplay en matchplay zijn weer vele spelsoorten mogelijk.
De speler speelt het spel met een of meerdere medespelers (competitors) tijdens strokeplay of met een of meerdere tegenstanders (opponents) tijdens matchplay. Elke hole kent een voorgeschreven aantal standaard slagen PAR (komt van het engelse “to be on par with”). Dit aantal zou moeten worden gespeeld door iemand met handicap 0 bij normale weersomstandigheden. Voor korte holes staan 3 en voor de langste holes 5 slagen (Er zijn enkele banen met een maximale par van 7, maar dit zijn uitzonderingen).
De lengte van holes op een golfbaan verschilt voor dames en heren.

Het spel wordt gestart op de afslagplaats (tee) van de eerste hole. Ee hole bestaat uit de afslagplaats, een kort gemaaid gedeelte waar de bal zou moeten landen (fairway), hindernissen van water en/of zand en de green. Het overige deel van de baan bestaat meestal uit hoog tot zeer hoog gras (rough) en verder bomen en struiken. De green bestaat uit zeer kort gemaaid gras om de bal goed te kunnen laten rollen. Als de bal is uitgeholed worden de scores van die hole op de scorekaart
genoteerd. Aan het einde van de ronde (in strokeplay) bepaalt men het totaal aantal slagen; de zgn. brutoscore. In matchplay speelt men per hole en telt men niet het totaal aantal slagen aan het einde van de ronde. Wel kunnen de handicaps van de spelers worden verrekend in het aantal slagen per hole.
Een hole.
Golf kent een handicap systeem dat de speelsterkte van een speler aangeeft; dit wordt uitgedrukt in een aantal extra slagen die een speler per ronde meekrijgt. De bruto score minus deze handicapslagen geeft de netto score, met als gevolg dat een mindere van een betere speler kan winnen. De handicap wordt na een officiële wedstrijd of ronde telkens aangepast. Elke overtreding veroorzaakt een straf n.l. 1 strafslag, 2 strafslagen, verlies van de hole (matchplay) of zelfs
diskwalificatie.
Golf kan worden gespeeld bij daglicht zolang de greens niet onder water staan, de windkracht niet te sterk is en het niet onweert. De par van een baan is het standaard aantal slagen dat voor die baan geldt. Bijvoorbeeld 72. Het is natuurlijk zo dat de ene baan moeilijker te bespelen is dan een andere. Daarom is de lengte van de holes, het aantal hindernissen, aantal bomen etc. mede bepalend voor de moeilijkheidsgraad die, samen met de handicap, weer wordt gebruikt om het
aantal slagen dat een speler meekrijgt, te bepalen.
Bepaalde gebieden worden aangegeven door middel van palen of lijnen, per gebied een andere kleur.
-
· Geel: een waterhindernis
-
· Rood: een laterale waterhindernis
-
· Wit: buiten de baan (out of bounds)
-
· Blauw: grond in bewerking (G.U.R. = ground under repair)
|